Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico

Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico

Oom Kees

"Tien koeien die loeien, maken meer geluid dan duizend die grazen."

Logeren op de boerderij van oom Kees behoort tot mijn allermooiste jeugdherinneringen. De hond die me altijd gemist leek te hebben; de geuren, geluiden en vergezichten van het boerenland; het rijden op de trekker; het melken van de koeien; het meehelpen en rondzwerven over de velden, in de stallen en op het erf. Verlanglijstjes voor mijn verjaardag bestonden uit lego, een boek of een skelter. Maar bovenaan stond steevast een nieuwe overall. Vakanties of schoolreisjes vielen in het niet, bij dat jaarlijkse weekje op de boerderij in IJsselstein.

Oom Kees was eigenlijk niet eens een echte oom, maar wel een echte boer. Zo een die altijd aan het werk was en altijd alles zelf leek te kunnen. Een tractor repareren, een kalfje ter wereld helpen, een nieuwe stal bouwen. Oom Kees draaide zijn hand er niet voor om. Hij stroopte gewoon zijn mouwen op en lette goed op wat er binnen en buiten zijn landerijen gebeurde. Hij leerde me anders naar dieren en beter naar dingen te kijken, want goed boeren is goed loeren. Waar ‘voortdurend verbeteren’ in veel organisaties een ‘doorlopende deceptie’ lijkt, keek oom Kees altijd goed vooruit en speelde tijdig in op kansen en bedreigingen. Hij liet zich nooit verrassen door veranderingen in het weer, de wetgeving of de wereld.

Als oom Kees nog zou hebben geleefd, zou hij zich vast en zeker zorgen hebben gemaakt over de toekomst van zijn bedrijf. Het was geen boer die vooraan stond bij de biologische landbouw, maar hij zou wel de laatste zijn om anderen te blokkeren of bedreigen. Hij zou er van alles van vinden, misschien zelfs oplossingen weten, maar zijn geluid zou verloren gaan in het lawaai van de uitersten.

Elke grote verandering kent een 15-70-15 verhouding. 15% van de populatie loopt voorop en wil voortdurend vooruit. Aan de andere kant van het spectrum zet 15% zijn hakken (of klompen) zo diep mogelijk in het zand; wil dat alles blijft zoals het was. Dat zijn de polariserende uitersten die je hoort in elk debat.

Van de overige 70% die er wat genuanceerder over denkt, hoor je bijna nooit wat. Die ploeteren (of ploegen) zwijgend voort. Ze kijken naar links en kijken naar rechts, kijken ook naar wat zij zelf kunnen doen. Ze zullen nooit de eersten zijn die tot bio-boer transformeren, maar de laatsten zijn die tot blokkeerboer radicaliseren.

Veranderbereidheid in organisaties kent vaak dezelfde verhouding. 15% gaat vol voor vernieuwing, 15% gaat volop in verzet. De grote middengroep is constructief, kritisch, maar ook veel minder uitgesproken. Ze begrijpen de verandernoodzaak, maar hebben ook terechte zorgen en twijfels. Managers zijn geneigd om vooral aandacht te geven aan de groep die blijmoedig wil vernieuwen én de groep die zich bozig blijft verzetten. Om verandering te laten slagen, is het echter essentieel om met die minder uitgesproken 70% in gesprek te zijn. Wie krijgen in jouw organisatie de meeste aandacht?

Alles op z'n plek
Disclaimer | Privacy policy